Evolutie van de kikvorsachtigen
De oudste amfibieën ontstonden tijdens het laat-Devoon. De oudst bekende vorm van een op een kikker gelijkend amfibie is de soort Triadobatrachus massinoti die komt uit het vroege Trias en is gevonden op het Afrikaanse eiland Madagaskar. Deze soort is ongeveer 250 miljoen jaar oud en had nog niet alle kenmerken die tegenwoordig aan kikkers worden toegeschreven. Zo leek de schedel al wel op die van een kikker, breed en met grote oogopeningen, maar had het dier ook kenmerken die niet gevonden worden bij de moderne amfibieën. Zo was het lichaam langer, en had meer wervels, en losse staartwervels in tegenstelling tot die van moderne kikkers die versmolten zijn. Ook waren scheen- en kuitbeen nog niet versmolten wat doet vermoeden dat Triadobatrachus geen beste springer was. Een andere fossiele kikker van ongeveer dezelfde leeftijd is Prosalirus bitis, welke werd ontdekt in 1985 in Arizona. Net zoals Triadobatrachus had ook deze soort geen sterk vergrote achterpoten maar bezat al wel het typische, gevorkte bekken dat uit drie delen bestond net als moderne soorten.
De oudste soort die echt tot de kikkers mag worden gerekend is Vieraella herbsti uit het Jura, en had een leeftijd van 188 tot 213 miljoen jaar. De soort is echter alleen bekend als een afdruk van de rug- en de buikzijde, beide van hetzelfde exemplaar dat ongeveer 33 millimeter lang was. Notobatrachus degiustoi is met een leeftijd van 155 tot 170 miljoen jaar iets jonger. De ontwikkeling van de moderne kikvorsachtigen lijkt in de Jura te hebben plaatsgevonden, de belangrijkste veranderingen die de Anura hebben ondergaan is het korter worden van het lichaam en het verliezen van de staart. Fossiele kikvorsachtigen zijn over de hele wereld gevonden, inclusief Antarctica, het enige continent waar de Anura tegenwoordig niet voorkomen.